Groep 1, 2 en 3
Tellen, sorteren en vergelijken, met wat je in je handen hebt.
Buiten
- Neem een zakje mee het bos in. Wie vindt er 10 kastanjes? Tel ze thuis samen na.
- Sorteer bladeren op kleur of grootte. Welk hoopje is het grootst? Hoeveel meer is dat?
- Leg een rijtje: blad, eikel, blad, eikel. Wat komt er hierna?
In de keuken
- Tel de pompoenpitten in hoopjes van 10.
- Groep 3: 5 kastanjes in de ene hand, 3 in de andere. Hoeveel samen?
Splitsen met echte kastanjes: verdeel 8 kastanjes over twee handen. Op hoeveel manieren kan dat?